13 november 2008
Premier van de Canadese provincie weerlegt milieubezwaren tegen ontginning van oliezanden.
Het Internationale Energie Agentschap (IEA) maakt zich grote zorgen over een dreigend olietekort. De olieprijs loopt na 2010 weer rap op, zo staat in de gezaghebbende World Energy Outlook die vandaag verschijnt. Soelaas komt alleen van brandstof (diesel, benzine) uit gas en non-conventionele velden, zoals de Canadese oliezanden.
Dat laatste was precies de boodschap die premier Ed Stelmach van Alberta, dé oliezandprovincie van Canada, gisteren bracht tijdens een bezoek aan de Nederlands-Canadese Kamer van Koophandel. Want aan Alberta zal het niet liggen. “De productie uit oliezanden bedraagt nu 1,25 miljoen vaten per dag en naar verwachting is dat in 2015 3 miljoen vaten is. Dat productieniveau kunnen we 150 jaar volhouden”, aldus Stelmach.
Na Saudi-Arabië heeft Alberta de grootste bewezen oliereserves ter wereld met 173 miljard vaten, zo meldde Stelmach trots. “Wij zijn de enige niet-OPEC-producent die op korte termijn de productie substantieel kan opschroeven.” Nog een voordeel: het politiek klimaat is in Canada - in tegenstelling tot veel andere oliegebieden – stabiel en betrouwbaar.
Shell is een grote producent in de Canadese provincie. Oliezanden vormen één van de speerpunten van de Nederlands-Britse oliemaatschappij, dat het afgelopen kwartaal er 77 duizend vaten per dag produceerde. Sinds vorig jaar worden de ‘oil sands’ zelfs apart vermeldt bij de kwartaalcijfers van Shell.
Winning van olie in Alberta is echter een ingewikkelde en daarmee dure klus. En met een olieprijs die tot zo’n 60 dollar is gedaald komt de rentabiliteit in gevaar. Toch maak Stelmach zich daarover geen zorgen. “Met nieuwe technieken kan de kostprijs worden verlaagd”, stelt hij. De komende tien jaar staan er voor 170 miljard dollar investeringen in de oliezanden gepland.
Milieu
Hoe noodzakelijk die oliezanden ook zijn, daarvoor moet wel een prijs worden betaald. Winning van olie (eigenlijk bitumen) uit oliezanden gaat gepaard met veel waterverbruik en een hoge CO2-uitstoot. Bovendien blijft het landschap na het afgraven van de toplaag gehavend achter.
Maar Stelmach benadrukte gisteren dat alles aan aangedaan om de milieu-impact zo klein mogelijk te houden. Oliemaatschappijen zijn bijvoorbeeld verplicht de ontgonnen gebieden in de oorspronkelijke staat te herstellen. “That’s the law in Alberta.” Water mag niet onbewerkt worden teruggesluisd. De luchtkwaliteit wordt streng in de gaten gehouden. En de regering van Alberta heeft een programma opgesteld om de CO2-uitstoot te reduceren. In 2050 moet het emissieniveau met de helft zijn teruggebracht. Daarbij denkt Stelmach onder meer aan het afvangen en ondergronds opslaan van CO2 (het zogenaamde ‘CCS’).
De bewindsman wees er ook op dat 80 procent van de olie niet met de vernietigende dagbouw kan worden gewonnen. Het gaat om een speciale techniek (steam assisted gravity drainage) waarbij door verhitting met stoom olie omhoog wordt gehaald. De grond blijft dus op zijn plek. “SAG-D is zeker weten de toekomst van de oil sands-industrie”, aldus Stelmach.



